iAmsterdam
Emma Curvers (1985) is schrijver en journalist. Ze schrijft als journalist voor De Volkskrant en ELLE en werkt momenteel aan haar tweede roman, die verschijnt bij Atlas Contact. Instagram: @emmacurvers
November 3, 2017

Emma verbijt de pijn achter in de rij

Emma Curvers (1985) is schrijver en journalist. Ze schrijft als journalist voor De Volkskrant en ELLE en werkt momenteel aan haar tweede roman, die verschijnt bij Atlas Contact. Instagram: @emmacurvers

Ook dit jaar was ik na mijn vakantie weer even verliefd op mijn stad en haar inwoners – het ebde even snel weg als andere jaren. Want dan valt me bijvoorbeeld op hoe slecht we hier zijn in in de rij staan. Toen ik terugkwam waren er zelfs rij-managers ingeschakeld bij de pont naar Noord, waar mensen zich tot voor kort op wierpen als op het laatste reddingsbootje van de Titanic.

Mondiaal gezien staat Nederland op het onderdeel rijen op de laatste plaats. Nederland is bijvoorbeeld het enige land dat ik ken waar, als er twee lange kassa-rijen staan en een derde kassa opent, de laatst aangesloten mensen als een kudde buffels op de derde, nieuwe kassa afrennen alsof daar Freek Vonks limited edition dierenwuppies worden verstrekt. Terwijl de eerstwachtenden natuurlijk gewoon zouden moeten doorschuiven. Ik rol dan altijd even met mijn ogen, hopend op een blik van verstandhouding, maar dan sta ik al achteraan en zie ik enkel achterhoofden. Misschien is ook dit de VOC-mentaliteit. En het ís ook moeilijk weerstand te bieden aan deze wantoestanden: de rij is waar instincten botsen met sociale mores. Het is dringen of blijven wachten.

Op roltrappen bijvoorbeeld, want daar willen Nederlanders dan weer heel erg graag stilstaan. Liefst zij aan zij, anderen berovend van de mogelijkheid om links in te halen. Dan sta ik achter hen, mijmerend over een Nationaal Convenant Regels voor Voetverkeer, dat wordt onderwezen op basisscholen. Nooit hardop natuurlijk. En iets zeggen wanneer iemand voordringt? Nooit.

“Wat ben ik voor neuroot?”

Want ja, wat ben ik voor neuroot dat ik van zoiets pietluttigs een probleem maak? Doe gewoon even rustig aan joh, moet ík zo meteen ergens hoogstpersoonlijk de formatie gaan redden ofzo? Nee toch zeker. Dus ik blijf staan. Toch weet ik dat dit gevoel van onrecht, de ergernis en de gêne niet alleen bij mij spelen. H&M-winkels hebben al een eenrijig systeem, in navolging van de Amerikaanse fastfoodketen Wendy’s, die ontdekte dat de zekerheid dat  er geen enkele rij sneller is dan de jouwe de klant een plezantere ervaring geeft. Ook sommige nieuwere supermarkten zetten zich op deze manier in voor een eerlijkere wereld.

Intussen neem ik aan dat er in Silicon Valley aan iets wordt gewerkt waarmee ik ongemakkelijke rij-situaties kan omzeilen. Sowieso verbluffend dat ik nog lijfelijk aanwezig moet zijn in een rij, in een wereld waarin je op een touchscreen kunt leren vingeren. Er is in 1995 al eens een robot gemaakt, Xavier, die in jouw plaats in de rij staat. Die poging bewees eigenlijk alleen maar hoe moeilijk in de rij staan is: Xavier stond maar in zeventig procent van de gevallen netjes in de rij. Vooral bij kale mensen en mensen met hoog haar schatte hij de ‘personal space’ verkeerd in. Aan de andere kant is zeventig procent nog altijd een hogere succesratio dan de Amsterdammer heeft, dus wil ik Xavier wel adopteren als niemand hem wil.

Recente blogs: